DE VERDRONKEN INSLEY K-12 DRAGLINE

Gered uit de voormalige Zuiderzeebodem door Gerard Scheirlinck

Voor u ziet u de overblijfselen van de Amerikaanse Insley K-12 Swamcat Mechanische Dragline met een gewicht van rond de 14 ton, een gieklengte van 12,2 meter en een bak inhoud van 600 liter. De importeur was Eekels Amsterdam en de kostprijs was rond de 80.000 gulden. Het bouwjaar was midden jaren 50.

Aannemings- en verhuurbedrijf Gebroeders Van der Wiel uit Amsterdam hebben meerdere draglines in de verhuur gehad. Twee hiervan waren Insley kranen op brede moerasrupsen van 1,20 meter. Zo kregen deze machines een zeer lage gronddruk op een slappe bodem of ondergrond. De éne Insley was uitgevoerd met een driecilinder tweetakt GM Detroit Diesel.
De weggezakte Insley Dragline had een viercilinder Caterpillar Diesel motor die met een tweecilinder benzinemotortje gestart moest worden. Op zijn beurt werd deze weer opgestart door een startmotor op een zes volt accu.
Gebroeders Van der Wiel heeft veel werk in de Flevopolders verzet. Eerst vanuit Amsterdam, daarna vanuit Harderwijk en in 1994 te Biddinghuizen als onderdeel van Koops uit Tjuchem dat nu onder Boskalis valt.

Ondanks de lage gronddruk ging het in 1970 mis.

In het drooggemaakte IJsselmeer werden beide Insley kranen ingezet om afwateringssloten te graven daar waar de Flevopolders gerealiseerd moesten worden. De weggezakte Insley was pas gereviseerd en stond op draglineschotten ver van de dijk af een afwateringssloot te graven. Op een gegeven moment begon de kraan weg te zakken. Dat gebeurde wel meer op een slappe bodem of ondergrond. Meestal ‘drilde’ de kraan op de slappe ondergrond en kon de machinist verder draaien door het verplaatsen van de draglineschotten. Maar nu moest machinist Jan Vaandring de kraan verlaten om het vege lijf te redden. Jan probeerde met armgebaren het werkvolk op de dijk te waarschuwen dat hij hulp nodig had. Maar hij moest lijdzaam toekijken hoe zijn kraan met draglineschotten en al steeds verder onder het maaiveld zonk.

Hoe kon dit gebeuren?

Wat bleek? Later kwam uit dat op deze plek, toen het nog IJsselmeer was, een drijvende zandzuiger een diepe zandput gezogen had voor zandwinning om dijken aan te vullen. Deze werkzaamheden waren achteraf wel in kaart gebracht maar niet meegenomen in het latere werk. En zo was de diepe zandput met slappe bagger, slib en prut dichtgeslibd. Bij het droogvallen van de polder was de bodem gewoon met de rest van het maaiveld begroeid. Zo was het een onzichtbare valkuil geworden. Om aan materiaal te komen voor de bouw van een dijk, werden er wel meer vaarten en afwateringkanaaltjes met baggermolens gebaggerd voor kleiwinning. Na drooglegging waren dit blijvende hoofd-afvoer-vaarten in een aan te leggen nieuwe polder om zo snel en blijvend het water af te voeren.

Vergeten

Zonder schuld aan dit voorval te hebben, moest machinist Jan Vaandring zijn baas vertellen dat hij de kraan verspeeld had. Nadat er ter plaatse een inspectie van de bodem was verricht, werd er een berging voor de machine opgesteld. Er werd besloten om twee NCK-304 draglines op de dijk op te stellen en deze met staalkabels naar de honderden meters verder verzakte Insley te verbinden. De NCK-liertrommels wisten, na zuig- en kleefkracht overwonnen te hebben de Insley onder het maaiveld door, een honderd meter uit de put te trekken. Bij de ‘vaste bodem’ braken echter de kabels en zo zakte de machine nog dieper het gat in. Hierna werd besloten om de net gereviseerde Insley prijs te geven aan de bodem van wat de Flevopolder moest worden. Door torenhoge verzekeringspremies was afgezien om de Insley te verzekeren tegen verlies. De draglinebak kon wel als reservebak geborgen worden. Zo raakte de Insley in de vergetelheid. Wat niet vergeten is, zijn de verhalen onder de machinisten over al die machines die net als de Insley ook als verloren achtergelaten werden. Geen ontslag dus voor Jan Vaandring. Hij kreeg de andere Insley K-12 met GM Detroit motor oegewezen om zo zijn machinisten loopbaan voort te zetten en kon hij samen met deze machine de nieuwe polder in cultuur brengen.

27 JAAR LATER

In 1997, 27 jaar later, werd Oranjewoud belast met de aanleg van een ecologische waterverbinding tussen de Oostvaarders-en Lepelaarsplassen vlakbij Almere. Per toeval stuitte men tijdens de aanleg op de Insley K-12. Eerst dacht men aan een zwerfkei of scheepswrak. Maar nadat de dieplepelbak er flink op los gelaten werd, kwam er een stuk cabinedak naar boven. Toen er ook olie boven kwam drijven, kwam het verhaal van de INSLEY K-12 DRAGLINE weer in beeld. Het werk werd stilgelegd en na overleg met Rijkswaterstaat werd uit milieuoverwegingen besloten dat de kraan geborgen moest worden. De bodemgesteldheid was in de loop van 27 jaar zo verbeterd dat er rondom de kraan heen afgegraven kon worden. In de ontstane kuil werd een helling van draglineschotten gerealiseerd tot ver onder de machine. Het uitstekende giekdeel werd afgebrand om de kraan vervolgens recht te trekken en verder op zijn rupsen naar boven te slepen. Er moesten vier Hydraulische FIAT-HITACHI200 LC graafmachines aan scheuren en trekken om de INSLEY uit de voormalige Zuiderzeebodem te laten komen. Nadat hij weer zichtbaar boven het maaiveld uitstak, bleek de machine na al die jaren nog redelijk goed geconserveerd te zijn. Albert van der Hilst van het gelijknamige reparatie- en verhuurbedrijf van draglines uit Dronten, die als toeschouwer het bergingswerk vanaf de kant gadesloeg, wist na een grondige inspectie te vertellen; “Geef me veertien dagen de tijd en ik ga er zo weer mee aan het werk.” Alle draaiende delen zoals: pennen, gaffels, hendels en trommels waren nog los en beweegbaar.

Hereniging

Van der Hilst kreeg echter geen kans om de kraan over te nemen. De Insley zoubij het Zuiderzeemuseum Nieuwland in Lelystad tentoongesteld worden samenmet andere machines die bij het in cultuur brengen van deFlevopolders ingezetwaren. Ook Jan Vaandring had een uitnodiging gekregen om na 27 jaar zijnmachine terug te zien. Zo werd hij na al die jaren herenigd met zijn broodtrommel en werd Jan tevens de trotse eigenaar van het emaillen INSLEY naambordje dat al die jaren zijn kraan versierd had.

Erfgoedmuseum

Jammer dat de plannen van de Zuiderzeedirectie, Rijkswaterstaat en het museumbestuur Nieuwland voor de herwonnen machine nooit ten uitvoer zijn gebracht. Op een grondige schoonmaakbeurt na stond de kraan van 1997 tot 2020 in weer en wind weg te rotten. Dit inmiddels industrieel erfgoed komt nu, na de zoveelste verhuizing als een bonk roest maar mooi van lelijkheid, bij het Mechanisch Erfgoedmuseum in Dronten terecht. Daar in de Flevopolder zal de Insley nog jarenlang een goed geconserveerde blikvanger worden en is het een mooie aanvulling bij veel meer werktuigen en gereedschappen die de polder groot gemaakt en aanzicht gegeven hebben.

Oud machinist Jan Vaandring heeft het emaillen INSLEY bordje van zijn machine in 2020 geschonken aan het Bouwmachines van Toen museum. Dit museum hoopt in 2021 klaar te zijn met hun collectie grondverzet- en
wegenbouwmachines waarna het opengesteld wordt voor belangstellenden.
Zo blijft de Insley K-12 swamcat dragline nog een tijd verbonden aan de langzaam vergane glorie van de dragline die door de tijd is ingehaald door de
veel snellere Hydraulische graafmachines.



De Insley word uit de modder getrokken.

Foto gallerij

Kranten berichten