Deutz Diesel motor

januari 30, 2014 10:16 pm Gepubliceerd door Laat een bericht achter

De Textielfabriek Veenendaal en de Deutz 2 cilinder inblaas Dieselmotor DMZ 150 uit 1915, die tot in de jaren zeventig dienst deed bij de N.V. Textielfabriek Veenendaal.deutz
Gegevens: van de Deutz Dieselmotor, motornummer 83.081/82
Bouwer: Gasmotoren-Fabriek Deutz AG, Keulen
Type DMZ 150 A- frame.
bouwjaar 1915
2 cilinder
4 takt
100 PK bij 180 omw./min
Boring 350mm Slag 500 mm
koeling: water
Gewicht: 19.000 kg.
Hogendruk inspuitmotor, werkend volgens het enkelwerkende 4 takt systeem.
Met aangebouwde dubbele luchtpomp, voor het starten van de motor, en daarmee wordt ook de brandstof verstoven waardoor de motor beter en efficiënter loopt.

De fabriek. 1935: De textielfabriek van Roessing aan de Kerkewijk te Veenendaal, maker van vooral batikstoffen, gaat failliet.
De gebouwen werden gekocht door de Van Schuppen, die er sigaren in gaat maken.
De Veenendaler D. Sandbrink kocht een deel van het textielmachinepark en ging, met een deel van het personeel, naar een nieuwe fabriek aan de Dijkstraat (tussen de Houtwal en de Eekwal): de N.V. Textielfabriek Veenendaal (foto hier onder rechts).

De fabriek is nooit groot geweest, met maximaal 40 man personeel.
De gemaakte stoffen waren manchester, maar vooral beaverteen voor de mijnen in Zuid-Limburg.
Maar er werden ook heel specifieke stoffen gemaakt, bijvoorbeeld voor de klederdracht van Staphorst, Urk en Harderwijk.
1968: Door de sluiting van de mijnen, de veroudering van het machinepark, de opkomst van de vakbonden en

familie omstandigheden besloot de heer Sandberg de textielproductie te sluiten.
Tot 1972 werden de voorraden nog verkocht en daarna sluit de poort definitief.
1976: De heer Sandberg overlijdt.
1978: De fabriek wordt verkocht aan een projectontwikkelaar, die de gebouwen laat slopen en er woningbouw realiseert.
De Deutz-dieselmotor wordt door de erven Sandberg aan de Gemeente Veenendaal aangeboden als industrieel erfgoed, die dit aanbod aanvaard.
Om de motor veilig onderdak te geven wordt deze tijdelijk verplaatst naar een particuliere verzamelaar in Friesland.
In 1994 wordt de motor gestald in Zwolle.

De aandrijfmotor in de fabriek.

In de vorige eeuw maakten veel fabrieken gebruik van een centrale verbrandingsmotor die via een ingewikkeld stelsel van riemen en wielen (drijfwerk) de diverse machines aandreven.

Tot 1968 is de textielfabriek Veenendaal aangedreven door een Deutz dieselmotor, gemaakt in 1915 of 1916.
Lang is gedacht en geschreven dat deze motor ook afkomstig was uit de failliete boedel van de Roesing-fabriek.
Dat blijkt onjuist.
Vanaf ongeveer 1940 stond in de fabriek een Thomassengasmotor (foto hieronder,deze motor is nu draaiend te zien in Hardinxveld, zie deze link naar een aantal filmpjes
Deze was tweedehands, gebouwd in 1908 en had eerst ruim 30 jaar gestaan in de papierfabriek van de firma G. Schut uit Heelsum voor naar Veenendaal te verhuizen.

In 1956 of 1957 werd deze motor echter weer doorverkocht aan de borstelfabriek van de gebr. Haverkamp te Vorden.
De Thomassen motor werd in Veenendaal vervangen door de Deutz dieselmotor en met een wat kleinere Linke Hofman motor als reserve.
De Deutz is gebouwd in 1915 of 1916 en had al een werkzaam leven achter de rug.
Waar precies in nog niet bekend.
Wel dat Sandberg de motor kocht in 1956 of 1957 in Rotterdam uit een koelpakhuis op Katendrecht.

De Linke-Hofmanmotor (rechts) is ongeveer van dezelfde leeftijd, maar waarschijnlijk tweedehands in Duitsland gekocht.
Beide motoren hebben naar tevredenheid gedraaid tot de productiestop in 1968.
Door vandalisme hebben de motoren beschadigingen opgelopen tot 1978.
Door verplaatsing van beide motoren naar Friesland werd dit afbraakproces gestopt en konden beide motoren als industrieel erfgoed een nieuw leven beginnen.

De bedoeling is dat de motor in Zwolle volledig wordt gerestaureerd en draaiklaar in het voorjaar van 2008 te openen nieuwe museum voor Techniek en Communicatie zal worden gepresenteerd.

De Deutz dieselmotor.

Er zijn vele stationaire deutzmotoren zijn gemaakt, vele draaien nog steeds in fabrieken of schepen.
Door een aantal factoren is de Veenendaal-motor echter bijzonder en zonder twijfel als belangrijk industrieel erfgoed te kwalificeren:
1e. De technologische ontwikkeling die de motor laat zien.
Met luchtketels wordt de motor niet alleen aangezet, maar daarmee wordt ook de brandstof verstoven waardoor de motor beter en efficiënter loopt.
Deze zogenaamde inblaastechniek is een technologisch zeer interessant voorbeeld in de ontwikkeling van de verbrandingsmotoren in het begin van de 20ste eeuw.
2e.De uiterst robuuste vormgeving.
Om de enorme krachten te kunnen beheersen moest een uiterst solide machine worden gebouwd.
De machine weegt maar liefst 19.000 kg en heeft een hoogte van 4m en een vloeroppervlak van 20m² nodig
Moderne machines met een vergelijkbaar vermogen (100 pk) wegen maar een fractie van dat gewicht.
Omdat de cilinders verticaal staan en de vorm van een A hebben, wordt dit model ook wel een A frame motor genoemd.
Extra bijzonder is dat dit A frame uit één stuk is gegoten.
3e.De informatieve waarde.
Door de open bouw van de machine en de grote schaal van de onderdelen is de werking van de machine aan de buitenkant bijzonder goed te volgen en uit te leggen.
4e.De huidige zeldzaamheid van het object.
Door de omvang en gewicht waren dit soort motoren moeilijk te verplaatsen.
Vaak werden ze bij bedrijfsbeëindiging of vervanging gewoon weg ter plekke gesloopt.
Jaep van Dijk/18-03-2002

Tags :